Behandelingen

Voorbereiding op operatie

U bent door uw huisarts/ behandelend specialist doorverwezen naar de plastisch chirurg in het academisch ziekenhuis Maastricht. De plastisch chirurg staat aan het hoofd van het craniofaciale team. Dit is een team van hulpverleners van verschillende specialismen. Zij houden zich bezig met de correctie van afwijkingen aan de schedel of het aangezicht en de begeleiding van de ouders en het kind.

De operatie
Opname is altijd een dag van te voren. U meldt zich dan in de serrehal en van daaruit wordt u naar de kinderafdeling gebracht, B2. Hier aangekomen krijgt u eerst een opname gesprek met de verpleegkundige. U mag een kijkje gaan nemen op de kinderintensivecare en een aantal behandelend artsen komen langs. Dit zijn de kinderarts, de anesthesist, de plastisch chirurg, eventueel de neurochirurg en neuroloog.

Het is belangrijk om ervan uit te gaan dat de operatie een hele dag duurt, dit komt niet alleen door de operatie op zich maar ook door de anesthesie. Om uw kind zo optimaal te kunnen behandelen en verzorgen tijdens de operatie, heeft uw kind meer dan een infuus nodig. Omdat alles nog zo klein is, is het soms moeilijk om een goed bloedvat te vinden. Dit neemt dan een aantal uren in beslag. Dit gebeurt allemaal als uw kind al slaapt en voelt er dus niks van.  De operatie wordt altijd uitgevoerd door de plastisch chirurg en de neurochirurg. Als het nodig is zal er ook een kaakchirurg bij zijn.

Voorbereiding op de opname
De operatie die u kind ondergaat is een grote ingreep en vergt veel voorbereiding. Om te voorkomen dat wij uw kind opnemen terwijl de operatie niet door kan gaan, volgt hier een lijst van ziektebeelden of symptomen waar u de week voor de operatie goed op moet letten.

  • koorts, d.w.z. boven de 38 graden Celsius;
  • ernstige neusverkoudheid;
  • kinderziekten, zoals rode hond, waterpokken, mazelen;
  • eczeem of ander soort huiduitslag;
  • ernstige diarree;
  • braken.

Wanneer u een van deze symptomen tegenkomt, is het belangrijk dit te melden aan de behandelend arts. Van woensdag tot en met vrijdag kunt u naar de poli plastische chirurgie bellen.

Operatie
Een craniofaciale operatie duurt de hele dag en wordt meestal door de plastisch chirurg, de kaakchirurg en de neurochirurg samen uitgevoerd.

Kinderintensive care
Na de operatie wordt uw kind naar de kinderintensive care (PICU) gebracht. Daar blijft het in de regel één nacht. Het is goed om u vooraf te realiseren dat uw kind gedurende kortere of langere tijd aan allerlei apparaten, slangen en elektroden is verbonden. De belangrijkste daarvan zijn:

  • Een beademingsapparaat: via een tube (beademingsbuisje) in de mond of neus wordt zuurstof direct in de luchtwegen geblazen. Deze tube blijft zitten totdat uw kind goed wakker is en zelf kan ademen. 
  • Een maagsonde: via de neus en slokdarm ligt er een buisje in de maag. Door deze sonde kan het maagsap weglopen, hierdoor wordt misselijkheid voorkomen.
  • De infuuskatheters: via deze catheters, die direct in de bloedvaten liggen, krijgt uw kind voedingsstoffen, vloeistoffen en medicijnen toegediend en kunnen we de bloeddruk meten.
  • Drains: dit zijn de slangetjes waardoor wondvocht uit de omgeving van de wond (het hoofd) afvloeit. Meestal worden deze na een of twee dagen verwijderd.
  • De blaaskatheter: de blaaskatheter stelt ons in de gelegenheid om de urineproductie nauwkeurig in de gaten te houden.
  • Het bewakingsapparaat: voor de controle van de hartslag, de ademhaling, de zuurstof opname in het bloed en het zien van de bloeddruk.

Terug op de kinderafdeling
Als alles goed gaat met uw kind, gaat het zo snel mogelijk terug naar de kinderafdeling. Hier kan het verder op krachten komen. In overleg met de plastisch chirurg wordt bekeken wanneer uw kind weer naar huis mag. U krijgt dan een afspraak mee voor controle bij de plastisch chirurg op de poli plastische chirurgie. Daarna blijft uw kind onder controle bij het craniofaciale team.

Praktische informatie
Wat neemt uw kind mee naar het ziekenhuis?

  • een kam en/of borstel;
  • ondergoed;
  • pyjama's;
  • gewone kleren voor overdag, liefst iets met grote hals, makkelijker over het hoofd aan te trekken;
  • eventueel een ochtendjas en pantoffels;
  • een knuffelbeest;
  • wat speelgoed (zet uw naam erop);
  • alle medicijnen die uw kind thuis gebruikt;
  • speciale zuigelingenvoeding (voor de eerste acht uur);
  • eigen speen en/of fles.

U kunt altijd overnachten bij uw kind.

Voeding
U kunt uw kind zelf voeden als u dit wilt en de omstandigheden dit toelaten. Bespreekt u dit met de verpleegkundige van de kinderafdeling.
De dag voor de operatie mag uw kind normaal eten en drinken, tenzij er voorschriften gegeven worden om dit anders te doen.

Opmerkingen en suggesties over de zorgverlening
Mocht u opmerkingen en suggesties hebben over de verzorging of de behandeling van uw kind, adviseren wij u dit eerst te bespreken met de verpleegkundigen of de behandelend arts.