Soorten operaties

Maagomleiding [Gastric Bypass]

1. Slokdarm
 2. Nieuwe maag, pouch
 3. Restmaag
 4. Dunne darm
 5. Sluitspier maagpylorus
 6. 12 vingerige darm, duodenum

Dit is een combinatie van een restrictieve [snel vol gevoel] en een malabsortieve [verminderde voedselopname uit de darm] operatie. Deze ingreep wordt in het azM zowel volgens de traditionele open procedure als via een kijkoperatie [laproscopisch operatie] uitgevoerd. Eerst verkleinen we de maag door van een deel ervan een reservoir te maken.

Dit reservoir heeft een inhoud van ongeveer 15 tot 20 milliliter en doet voortaan dienst als maagje. Daarnaast wordt er door middel van een omleiding voor gezorgd dat het voedsel een deel van de dunne darm overslaat. Hierdoor heeft het lichaam minder mogelijkheid om voedingsstoffen op te nemen. Het effect is een sneller en langer aanhoudend verzadigd gevoel en een verminderde opnamecapaciteit van voedingsstoffen.

Specifieke complicaties

Direct na de operatie kan naadlekkage optreden. Dit kan behoorlijk gevaarlijk zijn. Lekkages kunnen ontstaan bij de naden van het voormaagje en op de plek waar de darmen aan elkaar vastgemaakt zijn. Een andere complicatie is dat de verbinding tussen de maag en de dunne darm zich verder vernauwt. Dit veroorzaakt overmatig braken. Een derde veel voorkomend probleem is dumping. Dit is een gevolg van het zeer snel in de dunne darm komen van calorierijk voedsel [suikers en/of vetten]. De patiënt wordt dan niet lekker, heeft vaak last van flinke transpiratie, meestal gevolgd door buikkrampen en diaree. Om dit te voorkomen is het belangrijk om goed op uw eetgewoontes te letten.

Tenslotte kan er een tekort ontstaan aan voedingsstoffen en vitamines. Zoals al eerder aangegeven moet u dus steeds gevarieerd en gezond eten en altijd vitaminepreparaten gebruiken.

Herstel periode
De herstelperiode is afhankelijk van de wijze waarop de operatie plaatsvond. Bij een kijkoperatie gaat het om twee tot vier weken. Een openbuikoperatie heeft een langere hersteltijd ongeveer drie maanden. Dit heeft te maken met de grootte van de operatiewond.

Eten en drinken
Na de operatie begint u met drinken en daarna krijgt u vloeibare voeding. Als u dit goed verdraagt, mag u weer vaste voeding eten. Tijdens de opname krijgt u van de diëtiste voedingsadviezen. Als u uit het ziekenhuis bent ontslagen, begeleidt zij u verder poliklinisch. De adviezen zijn onder andere bedoeld om [dumping] klachten en vitaminetekorten te voorkomen en om gewichtsverlies te bereiken.
De meeste voedingsadviezen komen overeen met de adviezen zoals genoemd bij de maagband operatie. Als er sprake is van dumpingklachten wordt u aangeraden om melksuiker [lactose] en suikers te vermijden. Bij diarree moet u het gebruik van vet beperken.

Belangrijke voedingsadviezen

  • Eet rustig en kauw uw eten goed. Neem ruimschoots de tijd voor iedere maaltijd en neem kleine hapjes.
  • Stop met eten of drinken zodra u een verzadigd gevoel krijgt.
  • Neem geen energierijke dranken of vloeibare producten.
  • Gebruik geen koolzuurhoudende dranken. Het vrijkomende gas kan een te grote druk in het kleine maagje veroorzaken waardoor er problemen kunnen ontstaan.
  • Gebruik dranken en vast voedsel niet samen.
  • Vermijd vet en taai vlees en vellen/schillen/draden van groente en fruit.
  • Gebruik dagelijks een vitaminepreparaat.