Plasproblemen

Plasproblemen bij mannen

Plasklachten bij mannen ontstaan vaak op wat oudere leeftijd. Meestal treden de eerste verschijnselen van vaker plassen, ’s nachts opstaan om te plassen, wat minder krachtige straal, nadruppelen en toegenomen aandrang op rond het 50e jaar. Het is niet goed bekend waarom de ene man méér last heeft van plasklachten dan de ander.

Soms kunnen onderliggende ziekten plasklachten geven, bijvoorbeeld suikerziekte. Ook ziekten van het zenuwstelsel kunnen plasklachten opleveren.Verder kan medicijngebruik invloed hebben op het plassen (plastabletten).

Vroeger dacht men dat de prostaat als enige orgaan verantwoordelijk was voor het krijgen van plasklachten. De prostaat, die groeit onder invloed van het testosteron - (mannelijk) - hormoon, gaat in de loop van jaren in omvang toenemen.

De urineleider die dóór de prostaat loopt wordt dan afgekneld en de blaas moet meer krachtsinspanning leveren. Soms blijft er urine achter in de blaas waardoor er een gevoel kan ontstaan dat er niet goed leeg geplast kan worden. De straal wordt wat minder sterk en nadruppelen kan optreden.

Onderzoek
Samen met u zet de huisarts eerst uw klachten op een rij. U bespreekt de aard van uw klachten, uw eventuele ongerustheid en welke reden u had om het spreekuur te bezoeken. Afhankelijk van de werkwijze van uw huisarts, kan hij/zij daarbij gebruik maken van een vragenlijst die de mate van ernst en hinder van uw plasklachten in beeld brengt.

Vervolgens doet de huisarts lichamelijk onderzoek, waarbij onder meer de prostaat wordt gevoeld via de anus. Door middel van urineonderzoek wordt een eventuele ontsteking van de urinewegen opgespoord.

Ook kunnen eventuele problemen van de prostaat worden opgespoord met bloedonderzoek. De zogenaamde 'PSA-waarde' in het bloed zegt iets over de werking van de prostaat.

Behandeling
Als alle gegevens bekend zijn kan blijken dat er geen alarmerende ziekten bestaan die de plasproblemen veroorzaken. De huisarts kan dat toelichten en u daarmee geruststellen. Soms blijven de klachten daarna gelijk of verminderen zelfs iets. Maar soms verergert de situatie en kunt u beter opnieuw naar de huisarts gaan. Behalve geruststellen kan de huisarts besluiten om medicijnen voor te schrijven.

Soms is een verwijzing nodig naar de uroloog om verder onderzoek te laten doen als de klachten met medicijnen niet kunnen worden verholpen en misschien aan een operatieve ingreep moet worden gedacht. Het kan ook zijn dat de huisarts aan de uroloog wil vragen welke de beste behandeling is van uw klachten, waarna de huisarts weer de behandeling kan voortzetten.

Tenslotte kunnen de onderzoeksgegevens van de huisarts een aanwijzing geven dat er sprake zou kunnen zijn van een kwaadaardige aandoening van prostaat of blaas.