Ons team

Professor doctor Jan G. Nijhuis

Professor doctor Jan G. NijhuisProfessor doctor Jan G. Nijhuis,Professor doctor Jan G. Nijhuis werkt sedert 1979 binnen het vakgebied obstetrie en gynaecologie. Hij is als vrouwenarts gespecialiseerd in de verloskunde en prenatale diagnostiek. Zijn onderzoek concentreert zich op de foetale bewaking (beoordelen van de foetale conditie) en foetaal gedrag. Hij is hoogleraar verloskunde en sedert 2006 hoofd van de afdeling obstetrie & gynaecologie in het MUMC.

 

Door zijn onderzoek en beschrijving van foetale gedragstoestanden (slaap/waak toestanden) kreeg hij internationale bekendheid. Zijn onderzoek moet er toe leiden dat we beter begrijpen hoe de foetus “zich voelt” en dat er minder kinderen met zuurstofgebrek worden geboren.

Sedert 1999 is hij hoogleraar verloskunde in het azM, en sedert 2006 hoofd van de afdeling obstetrie & gynaecologie.Ook landelijk zet hij zich in voor een verbetering van de kwaliteit van de verloskundige zorg en heeft daarom zitting in velerlei commissies. Daarnaast is hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). In zijn vrije tijd is hij vele jaren coach geweest van verschillende jeugd-hockey elftallen en nog steeds is hij scheidsrechter. Ook heeft hij het gemengd recreatief hockeyteam “de SlapSticks”opgericht (Hockeer) dat jaarlijks een succesvol landelijk hockeytoernooi “The Dutch Marl Tournament” organiseert.

 

CV

Jan G. Nijhuis (1952) studeerde geneeskunde aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen van 1970 tot 1979. Tijdens zijn studie was hij student-assistent medische fysiologie. Na een assistentschap chirurgie, gynaecologie en verloskunde begon hij in 1980 in het academisch ziekenhuis St. Radboud met een onderzoek naar “foetaal gedrag. In 1984 promoveerde hij op de beschrijving en definities van foetale gedragstoestanden die internationale erkenning kregen. De registratie tot vrouwenarts volgde in 1987, al in 1986 werd hij aangesteld binnen de staf obstetrie/gynaecologie van het St. Radboud ziekenhuis. In Reading (UK) legde hij zich toe op dierexperimenteel perinatologisch  onderzoek, in het King’s College Hospital te Londen werd hij geschoold in de prenatale diagnostiek. In het St. Radboud ziekenhuis zette hij de afdeling voor prenatale diagnostiek en therapie op. Daarnaast bouwde hij zijn internationale bekendheid uit door verder onderzoek naar het foetale gedrag, zowel bij de mens als dierexperimenteel; hiervoor ontving hij in 1993 de “De Snoo – van ’t Hoogerhuijs” onderscheiding. In 1994 werd hij benoemd tot UHD obstetrische perinatologie, en in 1995 –na een gedegen managementtraining- tot hoofd verloskunde. Hij publiceerde talrijke artikelen en meerdere boeken (“Fetal Behaviour: Developmental and Perinatal Aspects”; “Compendium Prenatale Zorg”,“Foetale Bewaking” en “Foetale echosopie”). Daarnaast is hij zeer actief binnen het onderwijs aan studenten en assistenten en binnen de Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Zo is hij oud-bestuurslid,  initiator van vele NVOG-richtlijnen, en van het “Otterlo-overleg” waarin de Nederlandse perinatologen verenigd zijn, en van de Nederlandse voortgangstoets voor AGIO’s Ob/Gyn. In 1999 werd hij aan de UM benoemd tot hoogleraar Obstetrie en hoofd van de divisie Obstetrie, in 2006 werd hij hoofd van de afdeling obstetrie & gynaecologie.

 

Jan G. Nijhuis (1952) graduated as MD in Nijmegen, the Netherlands, and finished his PhD in 1984. He is one of the first  “fetal watchers” and his very first publication “Are there behavioural states in the human fetus?” (Early Human Development 1982)  became a classic article, because of the definitions of the four fetal behavioural states, 1F through 4F, similar to the behavioural states or sleep-states in the neonate. At the moment, there are more than 450 citations of this very article.From that time, a series of publications led to an enormous change in insight in fetal behaviour, and many research groups worldwide have been studying several aspects of fetal behaviour. Insight in fetal behaviour is also necessary for a better insight in the fetal condition, and it has therefore had consequences for the interpretation of cardiotocograhpy in clinical perinatology. But the study of fetal behaviour has also helped to increase the knowledge of the development of the fetal nervous system. With the introduction of fetal habituation, a beginning was made of the development of an intra-uterine neurologic examination.After he finished his training as a gynaecologist, he specialised further in obstetric perinatology. Nijhuis also performed animal experimental work with prof Hanson and prof Dawes, in the University of Reading UK, and in that same period (1986-1987) he was also trained in prenatal diagnosis by prof. Nicolaides in the King’s College Hospital in London.From 1987 he initiated further research at the University of Nijmegen, the Netherlands, and he also started a new division for prenatal diagnosis and therapy in the Catholic University Hospital of Nijmegen. He is the (co-)editor of many books in the field of fetal behaviour, fetal ultrasonography, and general obstetrics.He has also inititated the process of making nation guidelines, and started the “workinggroup Otterlo”, who is the major contributor of the obstetric guidelines.He has also initiated the yearly Dutch Progress Examination for residents Ob/Gyn, and introduced the “MOET-course” (managing obstetric emergencies & trauma) in the Netherlands.As member of several international societies and committees, his work has also been acknowledged internationally. In 1993 he therefore received the ”De Snoo van ’t Hoogerhuijs” award for perinatal research.In 1999 he was appointed as professor in Obstetrics and head of the division Obstetrics in the University Hospital Maastricht. In 2006 he became head of the department of Obstetrics and Gynaecology of the same hospital.Since 2007 he is president of the Dutch Society of Obstetrics and Gynaecology (NVOG).He is married with Marjan Kloen and has 3 children, Tim, Annelijn and Olivier. His leisure activities include a very active membership in the fieldhockeyclub “Hockeer”, Cadier en Keer, as a coach for junior teams and as umpire. He also initated “the SlapSticks”, a mixed recreational hockey team which plays weekly, and organizes a yearly national “Dutch Marl Tournament”, which has become very famous on a national level.